U bent hier:Skip Navigation LinksHomepage » Behandelindicaties » Reconstructieve chirurgie

Reconstructieve plastische chirurgie (“flap” of “graft”).

Bij sommige wonden is het niet meer mogelijk om de onderliggende weefsels (zoals botten, pezen, bloedvaten) te bedekken en daardoor te beschermen. Soms kan de plastisch chirurg de omliggende huid losmaken en over de wond heen draaien en hechten zodat het onderliggende weefsel beschermd blijft. Mocht dit niet lukken, omdat bijvoorbeeld de wond te groot is, zoals bij operaties waar soms veel kankerweefsel moet worden verwijderd, kan een spier uit de omgeving worden los gemaakt en die over de wond worden gedraaid. Hierbij blijft de bloedvoorziening van de spier intact. Dit wordt een “gesteelde lap” genoemd (engels: “flap”).

Mocht dit geen optie zijn, kan ervoor gekozen worden om een spier te gebruiken die wat verder weg ligt en die helemaal los te halen. Vervolgens wordt deze “vrije lap” (engels: “free flap” of “graft”) gehecht aan het wondoppervlak. Er moeten dan spontaan nieuwe bloedvaatjes gevormd worden om de “free flap” of “graft” voldoende te voorzien van bloed en daardoor zuurstof.

In sommige gevallen kan de doorbloeding van zo’n “(free) flap”, na de operatie, tóch onvoldoende zijn; men spreekt dan van een “gecompromitteerde flap” of “gecompromitteerde graft”. In het wondgebied worden onvoldoende bloedvaatjes gevormd om de flap levensvatbaar te houden. In deze gevallen kan hyperbare zuurstoftherapie ervoor zorgen, door de patiënt “op druk” te brengen en 100% zuurstof te laten inademen, dat de slecht doorbloede gebieden tóch voldoende zuurstof krijgen waardoor de flap levensvatbaar blijft.

link naar casus

Stel een vraag
constructieve plastische chirurgie